• broken image

    Werken aan taalplezier en spreekdurf in de klas

    Dramatiseren van storytelling

  • Wie zijn we?

    Elise & Isabel

    Wij zijn Isabel De Vriendt en Elise Kinget, laatstejaarsstudenten in de richting leraar lager onderwijs op de Arteveldehogeschool. Als profileringsopdracht werkten wij een project uit dat we opstartten in Noorwegen, het land waar we op Erasmus gingen. Aan de Universiteit van Stavanger volgden wij het vak drama. Daar kwamen we voor de eerste keer in contact met het gebruiken van verhalen in dramalessen. We werden hierdoor geprikkeld en we werkten de volgende onderzoeksvraag uit:

     

    Hoe kan het dramatiseren van storytelling bijdragen tot het meer genieten en stimuleren van de Nederlandse gesproken taal bij kinderen tussen 6 en 10 jaar?

  • Storytelling en het dramatiseren ervan. Wat is het? Hoe doe je het? Waarom doe je het het? Wat zijn de resultaten? Hoe draagt het bij tot het taalplezier en de spreekdurf?

     

    We wisten nog heel erg weinig over dit onderwerp voor we de lessen drama kregen op de Universiteit van Stavanger in Noorwegen. Maar na de eerste les waren we zo geprikkeld dat we hier iets mee wilden doen. Zou het niet interessant zijn om alles wat we hier leren door te geven aan andere leerkrachten? We hebben beiden een achtergrond in de toneelwereld en houden van vertellen maar we vinden dat dit te vaak vergeten wordt in de lagere school. Soms door tijdsgebrek maar volgens ons ook vaak door de onwetendheid over het onderwerp ‘dramatiseren van storytelling’. Het stopt niet na het voorlezen van een verhaal.

    Je kan nog zo veel verder gaan.

  • Storytelling

    en het dramatiseren ervan.

    Storytelling is niet enkel wat de vertaling je zou doen vermoeden 'het vertellen van een verhaal'. Het reikt veel verder dan dat.

     

    Belangrijk om te weten is dat bij storytelling het verhaal echt verteld wordt. Als storyteller onthoud je enkele belangrijke kernwoorden of zinnen in de juiste volgorde maar de rest vul je op met je eigen woorden. Je leert het verhaal dus niet vanbuiten. Zo kan je het verhaal, de woordenschat, pantomimiek en expressie telkens aanpassen aan de groep en aan de sfeer van dat moment.

     

    Na het vertellen van het verhaal stopt het niet. We vertrekken steeds uit storytelling om daarna het verhaal te dramatiseren met de kinderen. 

     

    Met deze kennis in ons achterhoofd en eigen ervaringen stelden we 4 lessen op om aan storytelling te dramatiseren in de eerste twee graden van de lagere school. Ons doel is om het taalplezier en de spreekdurf van de Nederlandse gesproken taal te stimuleren.

  • Een verhaal kiezen

    Tips voor de leerkracht.

    3 soorten verhalen

    Een FRAMESTORY is een verhaal waar je als verteller een 'frame' hebt. Het begin en het einde liggen op voorhand vast. Enkele delen van het verhaal kunnen ingevuld worden door de luisteraars. Een voorbeeld hiervan vind je bij les 1 in de lesideeën.

    Een SPROOKJE/MYTHE/FABEL is vaak gemakkelijk om te vertellen omdat er een duidelijke structuur in zit en het verhaal meestal ook voorspelbaar is.

    Een PERSOONLIJK VERHAAL valt erg in de smaak bij de leerlingen. Let er wel op dat je verhaal een climax bevat en deze net voor het einde komt. Een persoonlijk verhaal mag je zeker wat aanpassen om het dramatischer en dus interessanter te maken.

    de keuze maken

    - Kies een verhaal met veel herhaling. Dit is gemakkelijk te onthouden voor kinderen.

    - Neem een verhaal waar je zelf achterstaat.

    - Zorg dat de lengte en de woordenschat aangepast is aan de doelgroep. Uiteraard kan je zelf ook knippen in een verhaal of de woordenschat vereenvoudigen.

    - Zoek een verhaal dat beeldend en beschrijvend is waardoor de kinderen het verhaal als het ware voor zich zien. Stel dat dit ontbreekt, kan je dit zelf toevoegen aan het begin van het verhaal.

    - Selecteer een verhaal met veel actie. Dit houdt het spannend en dit maakt het verhaal ook bruikbaar om te dramatiseren.

  • Een verhaal vertellen

    Tips voor de leerkracht.

    Voor het vertellen

    Lees het verhaal enkele keren grondig door.

    - Vat het verhaal samen in 1 zin.

    - Maak voor jezelf een gedetailleerde beschrijving van de ruimte waar het verhaal zich afspeelt. Denk na over de plaats, het licht, de geur, de sfeer... Als dit voor jezelf duidelijk in je hoofd zit, kan je dit ook vlot en geloofwaardig overbrengen aan de leerlingen.

    - Als je moeite hebt om de structuur van het verhaal te onthouden kan je tekeningen maken van het verhaal. Met deze tekeningen oefen je het verhaal nog enkele keren tot je dit ook kan weglaten.

    - Film jezelf en bekijk jezelf daarna kritisch. Misschien ben je je niet bewust van sommige handelingen of bewegingen. Je handen gebruiken om het verhaal te verduidelijken is goed maar dit mag ook niet te aanwezig zijn. Als je hier moeite mee hebt, probeer dan eens om op je handen te zitten terwijl je vertelt.

    Tijdens het vertellen

    - Vertel het verhaal in een kring. Zorg dat je alle leerlingen kan zien.

    - Maak duidelijke afspraken voor je begint.

    - Kijk je kinderen aan tijdens het vertellen. Zo hou je de aandacht vast.

    - Wek de juiste sfeer op met muziek op de achtergrond of met een prikkelend voorwerp.

    - Vertel expressief. Gebruik je stem, gebaren en mimiek om de spanning op te bouwen.

    - Gebruik stemmetjes voor de personages. Dit zorgt voor een humoristische toets.

    - Beperk je bewegingen tot een minimum maar gebruik ze wel. Maak liever 1 grote en duidelijke beweging dan 10 kleine bewegingen op diezelfde tijd.

    - Gebruik stiltes om te vertellen. Met stilte bouw je de spanning op en laat je het verhaal even inzinken bij de leerlingen.

    - Pas je tempo aan. Neem je tijd om naar het hoogtepunt toe te werken.

  • LESOPbouw

    Stap voor stap een les 'dramatisering van storytelling' opbouwen

    broken image

    Ideeën bij elke stap van de les

    1. Opwarming en sfeer creëren

    Start de les in de kring. Zo creëer je een samenhorigheidsgevoel en ontstaat er een ritueel.

    - Wat doe je?

    Verdeel de leerlingen in groepjes per twee. Leerling 1 beeldt iets uit ( bv. zwemmen) en leerling 2 vraagt: ”Wat doe je?” waarop leerling 1 iets anders antwoordt dan wat hij/zij eigenlijk uitbeeldt (bv. wandelen). Dan beeldt leerling 2 uit wat leerling 1 antwoordde (hier dus wandelen) en zo gaat het spel verder. Eerst paar minuten per twee en daarna kan je dit spelen met de hele klas.

    2. Het verhaal vertellen

    3. Verwerking zonder gesproken opdracht

    - Verdeel de leerlingen in kleine groepjes. Elk groepje maakt 1 of meerdere stilstaande beelden van een fragmentje of van een zelfverzonnen ontbrekend stuk van het verhaal.

    - De leerlingen beelden de personages uit doorheen de ruimte.

    4. Verwerking met gesproken opdracht

    - Verdeel de leerlingen in kleine groepjes. Elk groepje maakt 1 of meerdere stilstaande beelden van een fragmentje of van een zelfverzonnen ontbrekend stuk van het verhaal met een gesproken stuk tekst. Op het begin hoeft er maar 1 leerling een zin te zeggen maar naar het einde toe kan je elke leerling een stukje tekst laten zeggen. De tekst verzinnen is geen moeilijke opgave omdat de leerlingen echt in het verhaal zitten. De tekst komt dus als vanzelf.

    5. Reflectie

    - Een kort gesprek in de kring op het einde van de les.

    - Een stellingenspel over de lessenreeks.

    6. Afronding

    Eindig elke les met een afronding in de kring. Een voorbeeld: sta recht en neem kruiselings elkaars handen vast. Geef een knijpje door. Als het knijpje terug bij de leerkracht is doe je de handen omhoog en laat iedereen elkaar los. Dit is het ritueel van het einde van de les.

  • LESidee

    Ga aan de slag met je klas!

  • Effecten in de klas

    Waarom aan dramatisering van storytelling doen?

    De positieve effecten van het dramatiseren van storytelling in de klas:

    - De meeste leerlingen ontwikkelen meer spreekdurf voor de klas.

    - De kinderen gaan op een andere, creatieve en muzische manier om met taal waardoor ze meer plezier beleven aan taal.

    - Door een andere, nieuwe manier van samenwerken creëer je een betere band tussen de leerlingen maar ook tussen leerling-leerkracht.

    - In deze lessen komen andere talenten van de leerlingen naar voor. Je leert je leerlingen beter kennen.

    - Je werkt op een zeer positieve manier rond verhalen. Hierdoor spoor je de leerlingen aan om meer boeken te lezen.

  • Contact Us

    Indien vragen, aarzel niet om ons te contacteren!

  • Boeken

    Neelands, Jonothan and Goode, Tony (2000)(second edition): Structuring drama work. Cambridge University Press

     

    Eades, Jennifer Fox (2005): Classroom Tales: Using Storytelling to Build Emotional, Social and Academic Skills across the Primary Curriculum. Jessica Kingsley Publishers

     

    Walta, Jos (2003). Meesterverteller: verhalen vertellen in het onderwijs. Bekadidact Baarn. p 21

     

    Vandewijer, I. (2014). Storytelling: verhalen vertellen kan iedereen. Biblion uitgeverij Davidsfonds, p 209-211.

     

    Linsen, B. Meersseman, K. Van Bergen, T. (2012-2013). Taal expressie communicatie 3: communicatie 2 (semester 3). Arteveldehogeschool. p 13

    andere bronnen

    dramalessen in Noorwegen op de Universiteit van Stavanger door de docenten Hallgjerd Byrkjeland, Jorunn Melberg, Hege Østmo-Sæter Olsnes en Anne Karin Fotland